Fotograaf richt zijn lens op de Hollandsche IJssel

Nieuwerkerk aan den IJssel – “Het mooiste aan deze rivier is dat ‘ie ademt, leeft. Het is net een borst die op en neer gaat. Ik word er heel blij van. Wauw, ik woon hier.” De Hollandsche IJssel, gezien door de lens van fotograaf Lex Broere, is vanaf volgende week het onderwerp van een nieuwe, tweewekelijkse rubriek in Hart van Holland. Een kennismaking met de gedreven rivierbewoner.

Zijn Groninger tjalk is een van de ruim twintig woonboten in de Hitlandhaven aan de Nieuwerkerkse Groenendijk. Ongeveer een kwart eeuw geleden streek Lex Broere er neer. Na een periode in Nieuwe Pekela te hebben gewoond, stroomde het bloed waar het niet gaan kan: opgegroeid langs de IJssel in Capelle – ‘ik leerde zwemmen in de rivier – móest Broere ernaar terug. “Het water vond ik nog steeds uitermate boeiend.” Wonen op het water biedt Broere ‘net een beetje meer avontuur’ dan wonen op de wal. “Het is wat wispelturiger, zeker als het stormt. Dan voel je het schip op en neer bewegen en hoor je de wind over het dek gaan.”

Zijn liefde voor de rivier maakt hem strijdbaar. “Dat de Hollandsche IJssel een vaarwater is, daar kom je niet onderuit”, stelt de fotograaf. “Veel schepen vanuit de Rotterdamse haven varen over de rivier naar de containeroverslaghaven in Alphen aan den Rijn. Maar dat de IJssel altijd alleen maar als een werkrivier wordt gezien, daar heb ik veel moeite mee. Wat mij betreft is het als een van de weinige getijdenrivieren een prachtig stuk natuur.”

Op de dieptemeter van het motorbootje waarmee hij op een mooie decemberdag de rivier op is gegaan, ziet Broere ze gaan. Scholen brasem en voorn zwemmen in het ruim vier meter diepe water van de Hollandsche IJssel. Krabben ook en steurgarnalen. Hij wijst richting de oever, waar bij laag water de grutto’s fourageren op de zellingen. “Het sterft van het leven hier. En er zijn zo weinig mensen die dat weten.”

Wat hem betreft verdient de rivier in de achtertuin van onder anderen de Nieuwerkerkers meer aandacht. Hoewel er in de afgelopen decennia al veel is bereikt, ziet de IJsselliefhebber graag veel meer vormen van recreatie op en rond het water. “Van 1994 tot 2012 zijn gemeenten en provincie beziggeweest om de rivier schoon te maken. Daardoor is het nu een fantastisch stukje water. Maar voor de vele zeilschepen die hier langsvaren, is er geen mogelijkheid om af te meren. Bij Ouderkerk ligt een ponton, maar zijn geen bolders waaraan de touwen kunnen worden vastgelegd. Een gemiste kans. Gebruik die rivier! Er zit zoveel horeca langs. Maak er iets moois van.”

Broere is blij dat met het project de rivier niet alleen schoner is geworden, maar er ook industrieel erfgoed bewaard is gebleven. “Je kunt dat afbreken, dan ben je het kwijt. De kraan op het voormalige Boeleterrein waar schepen werden gereviseerd, is gesaneerd. Die staat er nu voor de sier. Gelukkig.”

Na 2012, toen het project afgelopen was, riepen de verschillende deelnemende partijen op om ‘elkaars handen vast te houden’. Daar is niet veel van terechtgekomen, meent Broere. “We zijn nog een keer bij elkaar geweest en daarna is het stil gevallen.” Met Moordrechtenaar Arjan van der Mark zet Broere nu een vaarnetwerk voor roeiboten en kano’s op. “Via bijvoorbeeld een trapje over de dijk, zou je dan zo met je boot verder kunnen varen de Krimpenerwaard in.”

Een trapje naar een overnachtingsadres zou ook mooi zijn. “Ik heb vaak mensen in onze haven gehad die vroegen of ze ergens konden overnachten. Die plekken zijn er wel langs de rivier, maar nu is het bijna onmogelijk om met een kano de dijk over te komen.”

Voor vissers kunnen met kleine voorzieningen – “Stort wat beton” – de omstandigheden worden verbeterd, vindt Broere. “Bij de steenovens is nu de enige plek waar ze droge voeten houden.”

Hoop voor de toekomst heeft de fotograaf zeker. “Vroeger had de gemeente de neiging om met de rug naar de rivier toe te gaan staan. Gemeente Zuidplas lijkt nu de intentie te hebben om er iets van te maken.”

Broere blijft intussen zijn zelfgekozen taak als hoeder van de rivier serieus nemen. Als er gewerkt wordt aan de rivier – er aan de oevers bijvoorbeeld nieuwe basaltkeien worden gelegd – hangt hij bij het Hoogheemraadschap aan de telefoon. ‘Zit het trappetje in het bestek?’, vraagt hij dan. “Dan wordt er gelachen en vragen ze: ‘Waar moet je naartoe dan met die trap?’ Ik begrijp die vraag niet; je hoeft nergens naartoe, alleen maar naar de rivier.”

(Bron: hvhonline.nl, 16-01-2016)

Dit bericht is geplaatst in Algemeen nieuws, Flora en fauna, Landschap, Recreatie. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *